Villa ‘Nieuw Dampegheest’, de burgemeesterswoning van Limmen gewaardeerd

    Villa ‘Nieuw Dampegheest’, de burgemeesterswoning van Limmen gewaardeerd

    Eind 2021 stelde ik op verzoek van de gemeente Castricum een cultuurhistorische waardestelling op van de voormalige burgemeesterswoning van Limmen, aan de Rijksweg 103. Op basis van cultuurhistorisch onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het pand en zijn omgeving is het pand gewaardeerd.

    Villa ‘Nieuw Dampegheest’, uit 1902, is een uiting van de bloeiperiode die het Noord-Hollandse bollendorp doormaakte rond de eeuwwisseling. Het markeert de start van de nieuwe eeuw waarin het dorpsgezicht radicaal veranderde. Het woonhuis is gebouwd als ambtswoning van de burgemeester van Limmen. Het representatieve pand toont architectonische kenmerken van de Chaletstijl, zoals rond het fin de siècle populair was bij de bouw van landelijk gelegen villa’s. De ambtswoning heeft tot 1970 als zodanig dienst gedaan, en een grote rol gespeeld in het bestuurlijke en sociale leven van Limmen. In de afgelopen decennia is het pand als kantoor in gebruik, en vormt nog altijd een opvallend element in de omgeving.

    Inventarisatie Scholenbouw in Alkmaar 1900-1990

    Inventarisatie Scholenbouw in Alkmaar 1900-1990

    In opdracht van de Vakgroep Erfgoed van de Gemeente Alkmaar heb ik in de eerste helft van 2021 cultuurhistorisch onderzoek gedaan naar de scholenbouw in Alkmaar en omgeving. De door mij uitgevoerde inventarisatie had tot doel om een overzicht te krijgen van de Alkmaarse basisscholen die in de afgelopen eeuw tot stand zijn gekomen en welke cultuurhistorische waarden ze bevatten. Zo kan bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met bestaande waarden. Het onderzoek richtte zich op de schoolgebouwen voor het basisonderwijs. Voor deze scholen stelt de Gemeente Alkmaar momenteel een Integraal Huisvestingsplan (IHP) op. Voorafgaand aan de inventarisatie heb ik de historische context geschetst om de schoolgebouwen uit de twintigste eeuw te kunnen duiden. Het schoolgebouw belichaamt de steeds veranderende tijdsgeest. Zowel de ontwikkelingen in de scholenbouw als de stedenbouwkundige groei van de stad is in beeld gebracht.  In de meeste gevallen zijn de scholen uit de vooroorlogse periode reeds beschreven en gewaardeerd, en sommige zelfs beschermd als monument, waardoor de focus bij de inventarisatie lag op de scholen van na de jaren vijftig. Een interessante periode waarin allerlei experimentele onderwijsvormen, gebouwtypen en architectuurtoepassingen de revue passeerden. Ook laten de scholen het veranderende denken in de stedenbouw zien.

    Van zaalschool tot halschool
    Vanaf het ontstaan van de school als gebouwtype is de vorm van het schoolgebouw steeds veranderd. Het begon met de zaalschool, het schoolvoorbeeld uit de negentiende eeuw. Met de Algemene Leerplichtwet uit 1900 nam de scholenbouw een vlucht. Het eerste Alkmaarse schoolgebouw dat nog altijd als zodanig in gebruik is, stamt uit 1906 en staat in de Spoorbuurt. In de latere uitbreidingsbuurten uit het interbellum verrezen markante schoolgebouwen als stedenbouwkundige ankerpunten. De omliggende dorpen bouwden door de tijd heen hun eigen dorpsscholen. In de wederopbouwwijken zijn nog enkele scholen uit de jaren vijftig en zestig te vinden, zoals een paviljoenschool, geheel gebouwd volgens het moderne idee van licht, lucht en ruimte. De hoofdmoot in het huidige scholenbestand is voortgekomen uit de productieve jaren zeventig, waarin het nieuwe Alkmaar Noord op royale groene terreinen scholen kreeg toebedeeld. Het was de tijd van de halschool met lokalen gegroepeerd rond de multifunctionele en gemeenschappelijke hal als hart van de school. Het verhaal eindigt rond 1990, met een tweetal scholen die exemplarisch zijn voor de omslag in het onderwijs en de architectuur.

    Beeld: Victorien Koningsberger / Regionaal Archief Alkmaar / Bouwdossiers Gemeente Alkmaar

    Actualisatie beeldbepalende panden in Hoorn

    Actualisatie beeldbepalende panden in Hoorn

    Hoorn kent een groot aantal beeldbepalende panden die bijdragen aan het historische karakter van de binnenstad. Sinds de aanwijzing door het Rijk in 1970 is het oostelijke stadsdeel beschermd als Rijksbeschermd stadsgezicht, het westelijke deel volgde in 1998. Begin jaren tachtig zijn honderden objecten binnen het beschermd stadsgezicht door de gemeente aangewezen als beeldbepalend pand. Hiermee liep Hoorn indertijd landelijk voorop. Het project kwam voort uit een groeiend besef dat de gevelwanden van groot belang zijn voor het historisch aanzicht van de stad. De panden met een beschermde status zijn hierin beeld ondersteunend. Omdat de afgelopen decennia een deel van de panden aan kwaliteit heeft ingeboet, heeft de gemeente Hoorn behoefte de lijst te actualiseren. In opdracht van Team Erfgoed van de gemeente heb ik de opdracht gekregen in 2020-2021 alle objecten – ruim 900 – beknopt te beschrijven en waarderen. Het beschrijven en waarderen gebeurde op systematische wijze, per straat, en op basis van visuele observatie en verschillende bronnen zoals geveltekeningen uit het standaardwerk Hoorn, huizen straten en mensen (1982) en historische foto’s. Het waarderen is uitgevoerd op basis van een eenduidige en hanteerbare waarderingsmethodiek. Op basis van mijn bevindingen kan de gemeente een weloverwogen besluit nemen bij het actualiseren. Het project is uitgevoerd in overleg met de Commissie voor Monumenten en Welstand Hoorn.

     

    Beeld:
    Foto’s Victorien Koningsberger / Team Erfgoed
    Historische kwaliteitskaart van Hoorn (2009). In geel de beeldbepalende panden aangegeven.
    Geveltekeningen uit Hoorn, huizen straten en mensen
    (1982)

    Nieuwe wederopbouw monumenten voor Zaanstad

    Nieuwe wederopbouw monumenten voor Zaanstad

    Op uitnodiging van de gemeente Zaanstad heeft de Vereniging Zaans Erfgoed een inventarisatie uitgevoerd naar mogelijke gemeentelijke wederopbouw monumenten uit de naoorlogse periode. De onafhankelijke adviesorganisatie MOOI Noord-Holland kreeg vervolgens de opdracht om verdiepend onderzoek te doen naar een reeks aan geselecteerde, in potentie meest monumentale objecten. Als expert ben ik in het najaar van 2020 door MOOI ingeschakeld om de redengevende omschrijvingen op te stellen. Eind 2021 zal de aanwijzingsprocedure worden afgerond. Deze Zaanse wederopbouwmonumenten – die variëren van woningbouw tot scholen en een fabrieksgebouw langs de Zaan – vormen een aanzet voor de bescherming van meer wederopbouwerfgoed in de Zaanstreek.


    Historisch beeld: Zaans Archief

    Onderzoek waarderingscriteria Almeers erfgoed

    Onderzoek waarderingscriteria Almeers erfgoed

    In samenwerking met beleidsadviseur Ariadne Onclin van de gemeente Almere werkte ik in 2020-2021 aan een (participatief) onderzoek naar waarderingscriteria voor Almeers erfgoed. De stad Almere gaat haar vijftigste verjaardag tegemoet en blijft als vanouds in ontwikkeling. Het is als één van de jongste steden van Nederland tot stand gekomen vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. Volledig op de tekentafel ontworpen, en in enkele decennia uitgegroeid tot een volwassen stad. De wordingsgeschiedenis van Almere heeft grotendeels plaats gevonden in de periode 1965-1990, die in de erfgoedzorg wordt aangeduid als de Post 65 periode. Het tijdvak volgt de naoorlogse wederopbouwperiode op en heeft haar eigen kenmerken.

    Het verhaal van Almere
    Als belangrijke basis in het bepalen van een eigen waarderingssystematiek besloten we het verhaal van de stad op papier te zetten. Want om het huidige Almere te begrijpen, en om karakteristieke objecten en structuren te kunnen benoemen, moet je terug in de tijd. Er zijn drie thema’s te onderscheiden die samen het verhaal van Almere vertellen: pionierstijd van Almere, het groenblauwe karakter, experimentele ontwerpen. We beschreven de drie verhaallijnen, een eigen verhaal voor elk erfgoedthema. Hier kwam een opsomming aan ruimtelijke en immateriële karakteristieken per thema uit voort. Het optekenen van de drie themaverhalen had als doel als thematische kaders te kunnen dienen bij het bepalen van de Almeerse criteria. Het diende als hulpmiddel voor het participatietraject om hiermee met de inwoners in gesprek te gaan over het erfgoed van de stad. Iedere participant werd hierdoor hetzelfde vertrekpunt gegeven. Eenzelfde basisverhaal over de stad, waaraan elke inwoner zijn of eigen verhaal in herkent of kan toevoegen.

    Erfgoedbeleid in ontwikkeling
    In Almere maken de mensen de stad. Het cultureel erfgoed van Almere is van haar inwoners. De Almeerders spelen dan ook een belangrijke en bepalende rol in de waardering en het behoud van hun erfgoed. De actieve deelname van de inwoners van Almere bij dit onderzoek is vanuit Almeers perspectief vanzelfsprekend. Het online platform Stadsgesprekken is gebruikt om de Almeerder te bevragen. We vroegen de participanten naar hun mening over de huidige algemeen gehanteerde waarderingscriteria en nieuw sociaal-maatschappelijke waarderingscriteria. We stelden vragen over de identiteit van Almere, of de inwoners zich identificeren met de stad, hoe ze het erfgoed van de stad beleven (of willen beleven), of het erfgoed herinneringen of emotionele gevoelens oproept en of ze een zintuigelijke beleving (geur, geluid of gevoel) krijgen die bijdraagt aan de beleving van een plek of gebouw. De input die de inwoners van de stad hebben geleverd voor het verhaal van hun stad en wat zij daarbij als waardevol beschouwen, is opgenomen in de Handleiding waardering Almeers erfgoed. Nieuwe criteria voor de Post 65 periode (april 2021). De handleiding vormt een onderdeel van de erfgoednota die in 2021 door de gemeenteraad dient te worden vastgesteld.

    Op stadsgesprekken.almere.nl zijn de drie verhaallijnen (pionierstijd van Almere, het groenblauwe karakter, experimentele ontwerpen), de uitkomst van het participatieve onderzoek en de handleiding terug te vinden.

    Nieuwe wederopbouw monumenten voor Bloemendaal

    Nieuwe wederopbouw monumenten voor Bloemendaal

    In samenwerking met de gemeente en de historische verenigingen van Bloemendaal heeft de onafhankelijke adviesorganisatie MOOI Noord-Holland in 2020-2021 een inventarisatie uitgevoerd naar mogelijke nieuwe gemeentelijke wederopbouw monumenten uit de naoorlogse periode. Een project waar ik als expert door MOOI voor ben ingeschakeld. Een uiteindelijke shortlist van potentiële monumenten kwam voort uit een langere lijst van objecten, waaruit een selectie kon worden gemaakt op basis van verdiepend onderzoek (quickscans). Om een beeld te krijgen van de monumentwaarden werden bouwdossiers doorgespit en een locatiebezoek afgelegd. Van geselecteerde panden stelde ik redengevende omschrijvingen op. Uit onderzoek bleken tevens enkele gebieden dermate waardevol dat we deze hebben voorgedragen als potentiële beschermde dorpsgezichten.

    Het project zal uiteindelijk leiden tot de bescherming van naoorlogs erfgoed dat het verhaal van de wederopbouwperiode in Bloemendaal vertelt. Het gemeentelijk grondgebied strekt zich uit van Aerdenhout in het noorden, tot Vogelenzang en Bennebroek in het zuiden. Het gebied kent een rijke wooncultuur. Behalve prachtige voorbeelden van naoorlogse vrijstaande woonhuizen (denk aan villa’s, maar ook aan karakteristieke bungalows) gelegen in lommerijke buurten, maken ook flats en voorzieningen als scholen onderdeel uit van de Bloemendaalse ontwikkelings- en bouwgeschiedenis.


    Archiefbeeld: Bouwdossiers Gemeente Bloemendaal / Noord-Hollands Archief

    Kwekerswoning Stommeerweg in Aalsmeer, advies over het monumentale interieur

    Kwekerswoning Stommeerweg in Aalsmeer, advies over het monumentale interieur

    Aan de Stommeerweg in Aalsmeer – het Noord-Hollandse dorp bekend om zijn bloementeelt – staat sinds 1935 een dubbele kwekerswoning. Het vrijstaande woonhuis is gebouwd in de trant van de Delftse School, naar uitwerp van de beroemde Aalsmeerse architect J.F. Berghoef. Het pand is Rijksmonument, waardoor de monumentale waarde van het exterieur evident is. Een voorgenomen interne verbouwing vroeg echter om nader onderzoek naar eventuele monumentale interieuronderdelen. Het ontbrak tot dan toe aan informatie over het interieur, zoals vaker het geval bij monumenten. Op basis van mijn bevindingen heb ik eind 2020 de pandeigenaar kunnen adviseren. Behalve het vaststellen van de bestaande interieurwaarden, heeft cultuurhistorisch onderzoek bij een dergelijke advisering tot doel de particuliere eigenaar te informeren en inspireren. Mijn betrokkenheid in Aalsmeer had als resultaat dat het verbouwplan van eigenaar en architect op zorgvuldige wijze is aangepast op het bijzondere en gaaf bewaarde interieur, dat een goed beeld geeft van de oorspronkelijke situatie in de jaren dertig.


    Beeld: Kwekerswoning aan de Stommeerweg in Aalsmeer – Bouwkundig Weekblad (1934)

    —————————————————————————————————————————————————–

    Een sobere en ambachtelijke (plattelands)architectuur
    J.F. Berghoef (1903 – 1994) was in de twintigste eeuw een gerenommeerd architect, en behoort tot de productiefste woningbouwers binnen de traditionalistische (interieur)architectuur. Berghoef ontwierp in een traditionele vormentaal, en greep in de eerste jaren van zijn carrière terug op het streekeigene. Hij was een voorstander van een sobere en ambachtelijke (plattelands)architectuur. Inspiratie vormde de eenvoudige en tijdloze Scandinavische en Duitse woonhuisarchitectuur, met name het werk van de Duitse architect H. Tessenow. De interieurs van Berghoef en de zijnen kenmerken zich door de leegte, de een landelijk aandoende eenvoud, de hiërarchische en ruimtelijke scheiding van de verschillende functies en het streven naar geborgenheid, onder meer in de tegenstelling tussen binnen en buiten. De verschillende vertrekken kregen elk hun eigen sfeer, door de plafonds anders te behandelen: vlak of gewelfd, gestuct of geschilderd, of voorzien van balken. Hierdoor kon een eetkamer een strak afgewerkte eetkamer formeel van karakter zijn, en afwijken van een landelijk aandoende woonkamer. Het gedachtegoed kwamen het beste tot uiting in het vrijstaande woonhuis, idealiter in een landelijke omgeving.

    In een artikel in Bouwkundig Weekblad (1934), waar Berghoef redacteur van was, schetste hij een beeld van de gewenste plattelandswoning. Het vormde een reactie op de goedkope en fantasieloze bouwproductie door dorpsbouwkundigen, evenals de modieuze architectuur van de functionalisten die zijns inziens weinig rekening hield met de wensen van de plattelandsbevolking, zoals de tuinders in zijn eigen Aalsmeer. ‘Wie ’s zomers op ’t land werkt in de laaiende zon, verlangt in zijn huis getemperd licht en koelte, wie de wijdte steeds om zich weet verlangt naar een besloten ruimte om zichzelf te zijn en zich niet te verliezen, wie een dag in de gierenden storm en striemende regen verkeert verlangt naar een warm, beschut vertrek en sluit de luiken, opdat het geloei en gekletter hem in zijn veiligheid niet storen. Wie op ’t land wil bouwen met veel glas om het licht en de wijdte in de woning te betrekken en daarbij de constructies tot den uitersten graad van luchtigheid wil reduceeren, moet een stedeling zijn die alleen met mooi weer eens buiten komt genieten.

    —————————————————————————————————————————————————–

    Bij het waarderen is gebruik gemaakt van de waarderingscriteria voor de waardering van historische interieurs, die worden gehanteerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Hulpmiddel bij de waardering van historische interieurs, 2011).

    Gebouw De Voetnoot Almere, een cultuurhistorische waardestelling

    Gebouw De Voetnoot Almere, een cultuurhistorische waardestelling

    In opdracht van de gemeente Almere deed ik najaar 2020 waardestellend cultuurhistorisch onderzoek naar gebouw De Voetnoot, aan het Stadhuisplein. Gebouwd in de jaren tachtig als centrale bibliotheek, een Centrum voor Kunstzinnige Vorming CKV en een activiteitencentrum gemoedelijk onder één dak, naar ontwerp van gemeente-architect T.K. (Tjitte) Tigchelaar en zijn team die met enthousiasme bouwden aan de nog jonge stad. De Voetnoot is tot stand gekomen als sober, doch expressief gebouw in zijn bouwtechnische opzet, materialisering (beton en staal) en bijbehorende neutrale basiskleuren (grijs, wit en zwart), met het idee ruimte te bieden aan gebruikers om het gebouw eigen te maken (kleur te geven), en aan te passen waar wenselijk. Het gebouw kan geschaard worden binnen de traditie van de hightech architectuur, waarin de constructie en techniek de uitstraling van het gebouw bepalen en flexibiliteit een belangrijk aspect vormt. Typerend is de duurzaamheidsoverweging in de keuze voor constructie en materialen, in een tijd voordat gemeengoed was. De Voetnoot – nog altijd in gebruik als creatief verzamelgebouw – is stevig verankerd in het geheugen van Almere en representeert de pioniersfase van Almere Stad, als een van de eerste gebouwen die de voorlopers vormden van de latere ontwikkeling van het centrumgebied. Tegelijkertijd leent het gebouw zich goed voor toekomstige aanpassingen, de architect zei hier zelf over in 1987: “Een gebouw als De Voetnoot moet je als architect niet te gedetailleerd vorm willen geven. Dat moet je overlaten aan de gebruikers. Wat je moet doen is proberen een zo tijdloos en dus zo flexibel mogelijk kader te creëren, waarbinnen volop ruimte is voor de veranderingen, die de tijd in snel tempo voortschrijft.”


    Beeld: omslag brochure over het gebouw, 1987 -Stadsarchief Almere

    Gemeenlandshuis Edam Foto Chris Booms

    Documentatie van bedreigd erfgoed, uitbreiding Gemeenlandshuis in Edam

    Documentatie van bedreigd erfgoed, uitbreiding Gemeenlandshuis in Edam

    Erfgoedvereniging Heemschut heeft een voortrekkersrol in de groeiende waardering voor het erfgoed van na 1965, de zogeheten Post ‘65 periode. Mede door informatieve en enthousiasmerende publicaties zoals ‘Nederland aan het eind van een millennium’, een landelijke inventarisatie, onderzoek naar verschillende bedreigde objecten en de poging om invloed uit te oefenen op besluitvorming, zet de vereniging zich in voor het jongste erfgoed van Nederland. Soms blijkt dat de besluitvorming, gericht op sloop al te ver is voortgeschreden en uitzicht op behoud of herbestemming is verdwenen. Waar sprake is van een verloren zaak, rest enkel nog documentatie, zo schrijft Peter Nijhof in het tijdschrift van Heemschut uit december 2020. Aan een dergelijk document heb ik op uitnodiging van Heemschut afgelopen najaar meegewerkt. Mijn aandeel betrof een beschrijving van de uitbreiding uit de late jaren ’70 van het Gemeenlandshuis in Edam. De uitbreiding – een vergadercentrum – is een ontwerp van architect en oud-rijksbouwmeester Tjeerd Dijkstra, en vormt een architectonisch hoogtepunt uit de Post ’65 periode. Mocht het gebouw ten prooi vallen aan de sloophamer, dan hebben we tenminste dit document en de prachtige foto’s van Chris Booms nog.

    >> in februari 2021 verscheen in de lokale media het heugelijke nieuws dat Tjeerd Dijkstra het gebouw heeft aangekocht, om op basis van zijn eigen ontwerp in eigen beheer het voormalige vergadercentrum te ontwikkelen tot appartementen.

    Gemeenlandshuis Edam Foto Chris Booms
    Het artikel over Post ’65 in het tijdschrift van Heemschut 97 (dec. 2020) 4, en de grote vergaderzaal van het voormalige Gemeenlandshuis, gefotografeerd door Chris Booms.

    Na cultuurhistorisch onderzoek, het vervolg

    Na cultuurhistorisch onderzoek, het vervolg

    Na cultuurhistorisch onderzoek, het vervolg
    Op het moment dat je de vraag krijgt cultuurhistorisch onderzoek te doen naar een gebouw of een gebied, dat op het punt staat herontwikkeld te worden, dan duik je er helemaal in. De ontstaansgeschiedenis van die plek, de grotere context van tijd en plaats, de bestaande situatie, de kwaliteiten, de knelpunten, wat er mogelijk is, en wat niet. Na het gedane werk is het aan andere partijen om je onderzoeksresultaten, en het geleverde advies, mee te nemen in de herontwikkeling. Een gemeente, een architect, een woningbouwvereniging, een projectontwikkelaar. Het is interessant om op een gegeven moment het vervolg mee te krijgen. Dit is helaas niet altijd het geval, maar wel bij Bloemwijk in Alkmaar. Ten behoeve van de mogelijke, ingrijpende vernieuwingsplannen deed ik bij SteenhuisMeurs eind 2018, begin 2019 in opdracht van woningcorporatie Van Alckmaer voor Wonen onderzoek naar de totstandkoming van Bloemwijk. Ook stelden we een beeldkwaliteitsplan op voor de beoogde nieuwbouw. Bewoners en erfgoedverenigingen zagen de wijk liever behouden. Anderhalf jaar later is er duidelijkheid.

    Een wijk voor de ‘arbeidende’ Alkmaarders
    Nog even terug naar het onderzoek, dat hier te downloaden is. Bloemwijk was bedoeld voor ‘arbeidende’ Alkmaarders wiens (krot) woningen onbewoonbaar verklaard waren. Dankzij de Woningwet van 1901 kreeg het stadsbestuur meer grip op de kwaliteit en groei van arbeiders- en middenstandswijken. Bloemwijk komt voort uit het algemeen uitbreidingsplan dat het stadsbestuur in 1909 liet opstellen. Waar lange tijd ontspanningsgebied voor de stedelingen was, waren nu buitenwijken gedacht. Door het brengen van veel groen in het straatbeeld zou ‘Nieuw Alkmaar’, zoals de wijken in het uitbreidingsplan werden genoemd, een landelijk karakter krijgen, en daarmee aantrekkelijk worden om er te wonen. Als uitvloeisel van de Woningwet zag in 1907 de Vereniging voor Volkshuisvesting ‘Alkmaar’ (het huidige Van Alckmaer voor Wonen) als eerste Alkmaarse woningbouwvereniging het licht. Met subsidie van het Rijk kwamen vanaf 1916 ten westen van de Westerweg de twee wooncomplexen tot stand, naar ontwerp van J. Stuyt en meewerkend architect M.J.E. Lippits. Al zorgde de Eerste Wereldoorlog voor bezuinigingen, waardoor het ontbrak aan voortuinen en plantsoenen – gebruikelijk in dergelijke ‘tuindorpen’, kregen de bewoners ruime achtertuinen die te bereiken waren via de voor Bloemwijk zo kenmerkende ronde poorten. Helaas moesten we constateren dat in het totale spectrum van de landelijke ontwikkeling van tuindorpen, Bloemwijk niet tot de top behoort, maar tot de categorie tuindorpen waarbij de ambachtelijke architectuur het gebrek aan groen moest compenseren en het straatbeeld relatief stads aandoet. Ook is de openbare ruimte, dat na oplevering al een versteend karakter had, in loop der tijd (verder) verschraald. Ook de gevels van een groot aantal bouwblokken zijn vanwege een ingrijpende renovatie in de jaren tachtig ingrijpend veranderd.

    Geen beschermd stadsgezicht
    Er gingen stemmen op om van Bloemwijk een beschermd stadsgezicht te maken. Erfgoedverenigingen droegen als belangrijk argument aan dat het een vroeg voorbeeld is van sociale woningbouw in Alkmaar. De stad kent weinig dergelijke uitbreidingen met een tuindorpachtig karakter. Daarmee heeft de wijk voor Alkmaar zeldzaamheidswaarde. Echter zag de gemeentelijke vakgroep Erfgoed onvoldoende cultuurhistorische waarde om die status aannemelijk te maken, schrijft ze op erfgoedalkmaar.nl, en de welstands- en monumentencommissie volgde dat standpunt. De commissie, tegen Noord-Hollands Dagblad: “Bloemwijk heeft weliswaar cultuurhistorische betekenis voor Alkmaar, maar die weegt niet op tegen de beperkte ontwerpkwaliteiten als tuindorp”.

    ‘cultuurhistorisch waardige nieuwbouw’
    Wel wordt in de nieuwe opzet van de wijk rekening gehouden met de cultuurhistorie. Het college van Burgemeesters en Wethouders acht het van belang er vanuit erfgoedperspectief wordt gehandeld, “waarbij de kans om meer recht te doen aan het tuindorp-principe met beide handen wordt aangegrepen”. Op basis van het onderzoek en het cultuurhistorisch beeldkwaliteitsplan zijn in overleg met stedenbouwkundigen van de gemeente uitgangspunten geformuleerd. “Zo dienen in het stedenbouwkundig plan en de architectuur verwezen te worden naar de architectonische elementen, zoals deze nu in de wijk te vinden zijn. Daarnaast dient er meer groen in de openbare ruimte te worden opgenomen.”

    Het doet me deugt dat er een weloverwogen besluit is genomen, en de cultuurhistorie als onderlegger wordt gebruikt voor de nieuwe wijk. Een wijk waar hopelijk bestaande en toekomstige bewoners goed zullen wonen. Overigens had ik bij het verrichten van het onderzoek niet kunnen bevroeden dat ik enkele maanden later een kleine 5 kilometer verderop zou komen te wonen. De omgeving wordt mij steeds meer vertrouwd, en ik zal zeker nog eens langsfietsen om het eindresultaat te bekijken.